Rondetafelgesprek over ICT-skills van leraren en leerlingen, deel 1

Ruim 80 procent van de toekomstige banen wordt beïnvloed door nieuwe technologische ontwikkelingen. Tegelijkertijd vraagt 30 tot 40 procent van de toekomstige jobs om soft skills, zo blijkt uit onderzoek van Microsoft. Dat betekent nogal wat. Hoe zorgen we ervoor dat we opleiden voor toekomstige banen? Zijn de ICT-skills van leraren en leerlingen op het juiste niveau? En zo niet, hoe zorgen we ervoor dat ze dat worden? Vijf onderwijsexperts en -professionals bogen zich onlangs tijdens een rondetafelgesprek bij KIEN ICT in Dordrecht over deze en andere vraagstukken. Dit is deel 1: 

Lees ook deel 2

“Het feit dat veel bedrijven inzetten op technologische vooruitgang en hierbij digitale innovaties omarmen is geen geheim. Maar hoe zit het met deze omarming van ICT-toepassingen op middelbare scholen? In hoeverre worden leerlingen goed genoeg begeleid richting hun digitale toekomst? En hebben docenten daartoe genoeg vakkennis?” Gespreksleider Dennis Mensink, directeur van contentmarketingbureau Mediatic, stelt de vragen die veel mensen in zowel het onderwijs als het bedrijfsleven bezighouden.

“We kunnen in het onderwijs steeds beter inspelen op de wensen uit het bedrijfsleven met alle innovaties en op maat gemaakte werk-leertrajecten”, zegt Leon Geers, conrector bedrijfsvoering bij de Katholieke Scholengemeenschap Etten-Leur (KSE). “Hoe meer ruimte we krijgen, hoe beter we dat kunnen.” Geers doelt op de regelgeving vanuit toezichthouders en bijvoorbeeld de accountancy, die – zeker voorheen – obstakels opwierpen die onderwijsvernieuwing tegengaan. “Die regelgeving is nu aan het veranderen. Juist nu begint er meer ruimte te komen voor het experiment.”

Pascal Koole, projectleider Digitale Didactiek bij ROC Midden-Nederland, is het met Geers eens als het gaat om de positieve grondhouding binnen onderwijsbesturen om aan te sluiten op actuele wensen uit het bedrijfsleven. “Op het mbo proberen we leerlingen te stimuleren hun eigen leeromgeving te personaliseren. Dat vraagt alleen wel om de juiste ondersteuning.” Eigenlijk willen veel leraren vooral zien of de leerling kan doen wat ze van hem of haar vragen. Een goed cijfer staat dan gelijk aan je ontwikkelen. Maar dat laatste gaat juist niet altijd op als het de bedoeling is ook andere skills te ontwikkelen dan voorheen werden gevraagd.

“We vergeten weleens dat we van leerlingen vaardigheden verwachten die we hen nooit aanleren”, zegt Inge Meere, operationeel manager bij KIEN ICT, een coöperatie en samenwerkingsverband van ICT-afdelingen van diverse scholen (vo, mbo en hbo) in Zuid-Holland Zuid die als doel heeft het ICT-gebruik op scholen te optimaliseren. Dat signaal herkent eigenlijk iedereen aan tafel. Het feit dat brugklassers nog wel degelijk wegwijs gemaakt moeten worden in Word en Excel vat dit fenomeen goed samen.

Op het mbo proberen we leerlingen te stimuleren hun eigen leeromgeving te personaliseren. Dat vraagt alleen wel om de juiste ondersteuning.

Techniek versus didactische vaardigheden
Om de ICT-skills in het onderwijs te verbeteren, is het belangrijk dat de techniek op orde is. De Wi-Fi moet het doen, de hard- en software moeten werken en printen met de mobiel moet geregeld zijn. Kortom: de technologische hulpmiddelen moeten dusdanig geavanceerd en stabiel zijn, dat ze bijdragen aan goed onderwijs. Docenten zijn immers geen ICT’ers én zij moeten hun tijd immers gebruiken voor didactiek. Tegelijkertijd blijkt uit Kennisnet-onderzoek dat leraren met meer didactische capaciteiten meer zullen experimenteren met ICT-skills. Met andere woorden: didactische vaardigheden zijn voor een groot deel de sleutel tot succes. Dus de beschikbaarheid van nieuwe technologische hulpmiddelen is soms nodig, maar het is nog belangrijker om ervoor te zorgen dat docenten over de juiste vaardigheden beschikken. In dat opzicht, is er niet veel veranderd ten opzichte van vroeger tijden? Geef je leraren met didactisch lef de ruimte, dan helpt dat de ontwikkeling van digitale vaardigheden enorm.

Overigens zou je verwachten dat jonge docenten technologische ontwikkelingen eerder adapteren dan hun oudere collega’s, maar in de praktijk is dat zeker niet altijd het geval. Zij zien misschien de potentie eerder, maar zijn nog zo sterk bezig met hun eigen ontwikkeling als leerkracht en alle (administratieve) randzaken die tegenwoordig bij het vak komen kijken, dat ze weinig energie en tijd over hebben om zich in te zetten voor verandering.

Uitdagingen
Over het algemeen delen de aanwezige experts een visie op de uitdagingen waar het onderwijs mee te kampen heeft. Het Nederlandse onderwijssysteem heeft te maken met curricula, overgeleverde onderwijstradities en een onderwijsrooster dat met kerstmis al klaar ligt voor volgend jaar. Dit zorgt er logischerwijs voor dat snelle ontwikkelingen uit de ICT met vertraging doorsijpelen richting de scholen. 

Uiteraard zijn er vooruitstrevende scholen die experimenteren om zo dicht mogelijk in de buurt te komen van de moderne school waar zoveel behoefte aan zou zijn. Die experimenten leiden wel eens tot een misser. En daar zit een volgende uitdaging: die missers kunnen zij zich maar beperkt veroorloven, omdat alles zichtbaar is. “Dat is niet erg, maar het betekent wel dat je als school heel goed gaat nadenken over wat je doet. Je wilt namelijk niet op Google verschijnen met een mislukt project”, aldus Geers. Het verlammende effect van dit fenomeen behoeft geen uitleg.

Scholen die hun onderwijs willen personaliseren, lopen tegen allerlei problemen op. “De beperkte capaciteit van technische systemen of de afwezigheid van maatgerichte volgsystemen bijvoorbeeld”, zegt Frans Schouwenburg, strategisch adviseur bij Kennisnet. Meere ziet hetzelfde fenomeen: “Als docenten niet vooruit kunnen, omdat hun scholen dat niet ondersteunen dan duiken ze terug in hun oude gewoontes.”


Digitale (laag)geletterdheid
Kennisnet-onderzoek bevestigt dat kinderen die digitaal geletterd zijn dit normaliter van huis uit meekrijgen. Dat betekent ook dat veel kinderen weinig ICT-skills meekrijgen, omdat hun ouders/verzorgers hier weinig aandacht voor hebben of deze vaardigheden zelf niet in de vingers hebben. Dit is dus het effect van de bestaande maatschappelijke ongelijkheid. Veel scholen willen aan deze ongelijkheid werken – de deelnemers aan de ronde tafel zien dit zelfs als plicht – maar toch lijkt het onderwijs hier niet genoeg in te betekenen. Het is een thema dat Frans Schouwenburg van Kennisnet aan het hart gaat: “De plicht om digitale laaggeletterdheid aan te pakken, hoort op school thuis. Maar een cursusje Microsoft Office voor leraren zal niet volstaan.” De leraar moet basiskennis van technologie hebben, anders is het lastig onderwijzen. Voorheen was er als oplossing bijvoorbeeld het Digitaal Rijbewijs Onderwijs. De deelnemers aan de ronde tafel zijn het erover een dat dit niet optimaal werkte. “Dan gingen alle leraren samen een middagje een lokaal om hun computerbasiskennis op te vijzelen en een certificaat te halen. Hartstikke mooi, maar dat is met de huidige ontwikkelingen helemaal achterhaald.”

Anderen bekeken ook dit

Rondetafelgesprek over ICT-skills van leraren ...

Geplaatst: 03-10-2018 Rondetafelgesprek over ICT-skills van leraren en leerlingen, deel 2

Ruim 80 procent van de toekomstige banen wordt beïnvloed door nieuwe technologische ontwikkelingen. Tegelijkertijd vraagt ...

ICT-vaardigheden docenten moeten met ontwikkelingen ...

Geplaatst: 27-09-2018 ICT-vaardigheden docenten moeten met ontwikkelingen meebewegen

Veel digitale hulpmiddelen kennen amper geheimen voor de huidige middelbare scholier: deze is er immers ...

WizeNoze helpt leerlingen met slim ...

Geplaatst: 21-09-2018 WizeNoze helpt leerlingen met slim zoeken op internet

Als leerlingen voor een schoolwerkstuk of -opdracht informatie zoeken, doen ze dat op internet. Maar ...