Flexibel inspelen op hoogbegaafde leerlingen

Lisanne van Nijnatten is zelf hoogbegaafd. Toen ze als psycholoog aan de slag ging, ontdekte ze al gauw dat er binnen haar vakgebied amper specifieke hulpmiddelen beschikbaar waren voor hoogbegaafden. Daarom ontwikkelde ze zelf expertise in het begeleiden van hoogbegaafde leerlingen: “Het is een specifieke doelgroep en een specialisme waardig.” Hoe kunnen scholen in het vo het beste op deze groep leerlingen inspelen? En is er ook speciale software voor hen?

De makkelijkste definitie van ‘hoogbegaafdheid’ is het bezit van een IQ van boven de 130. Hoogbegaafde leerlingen zijn daarnaast vaak ook nog eens sociaal emotioneel verder of anders ontwikkeld. Hun (sociale) intelligentie vergt een authentieke aanpak: hoogbegaafde pubers zijn allergisch voor een (in hun ogen) ‘kinderachtige’ behandeling.

Buitenschoolse activiteiten
Een eenduidige aanpak voor hoogbegaafde leerlingen ontbreekt volgens Van Nijnatten binnen het voortgezet onderwijs. “Er zijn veel verschillen tussen scholen, waardoor het vaak voelt alsof iedereen steeds opnieuw het wiel probeert uit te vinden. Het is fijn voor hoogbegaafde leerlingen als de protocollen duidelijk zijn: wat doe je als de leerling versneld door de leerlijn gaat? Waar geef je ze een vrijstelling voor? Daar bovenop kun je dan nog maatwerk bieden. Als die basis ontbreekt, moet je als school bovenmatig veel uit de kast halen om maatwerk te kunnen bieden.”

“Hoogbegaafde leerlingen zijn een specifieke doelgroep en een specialisme waardig.”

Daarbij komt dat er ook veel hoogbegaafde leerlingen zijn die helemaal niet versneld door de lesstof willen gaan, omdat het hen niet interesseert. Die vinden een zeven ook wel prima en leggen zich liever toe op buitenschoolse activiteiten, zoals deelnemen aan de leerlingenraad, extra vakken volgen of debatwedstrijden organiseren. Van Nijnatten: “Bied je buiten de lesstof materiaal aan, dan is het wel beter om dat zoveel mogelijk vervangend aan te bieden, niet extra. Anders denken leerlingen ‘ben ik eens geïnteresseerd, krijg ik nog meer werk’. Vaak raken ze daar juist gestrest van, terwijl het verrijkend zou moeten werken. Bovendien moet je gaan bepalen waar je lesstof schrapt en ruimte vrijmaakt voor dit materiaal. Er zit ook lesstof in het curriculum die als herhaling dient of waar je niet per se iets van leert. Die kun je schrappen. Wetenschappelijk gezien is het zo dat als je meer verrijkt en meer versnelt, de prestaties over het algemeen verbeteren.”

Ook het verbreden van het lesstofaanbod raadt Van Nijnatten aan, bijvoorbeeld via massive online open courses: mooc’s. Leerlingen die het Engels goed onder de knie hebben, kunnen daar cursussen op universitair niveau volgen binnen hun interessegebied. “Vaak zeggen scholen ‘ga maar iets doen wat je interessant vindt’. Maar zo’n opdracht is te open. Veel leerlingen komen dan niet tot iets nuttigs. Een mooc is in een gestructureerde vorm tóch een eigen project doen.”

Oplossingen in digitale leermiddelen en software
Specifieke software is er niet voor hoogbegaafde leerlingen. Wel zijn er mogelijkheden om een eigen route door de leerlijn te volgen. “Vaak is het wel zo dat je in de software vrij veel lesstof moet doornemen, voordat de software aangeeft dat je door mag. Bij hoogbegaafde leerlingen zorgt dat voor motivatieproblemen. Ze zijn dan allang afgehaakt, nog voordat de software doorheeft waar ze behoefte aan hebben.”

Er zijn ook hoogbegaafde kinderen die niet naar school gaan: die werken soms met IVIO; een thuisonderwijs-curriculum. Ook dat is niet specifiek afgestemd op hoogbegaafde leerlingen; je werkt dan met leerkrachten op afstand. Door de toetsen in een verhoogd tempo te maken, kun je wel extra snel door het geadviseerde curriculum heen.

"Bied je buiten de lesstof materiaal aan, dan is het beter om dat vervangend te doen, niet extra. Anders denken leerlingen ‘ben ik eens geïnteresseerd, krijg ik nog meer werk’." 

Vrijheid cruciaal
Ook zelf kreeg Van Nijnatten als hoogbegaafde VWO-leerling de vrijheid om andere dingen te doen. Ze zat gemiddeld drie dagen in de klas en had twee dagen voor buitenschoolse activiteiten. “Iedereen was dat gewend; het was legitiem. Daar heb ik heel veel aan gehad. Zelf ging ik andere hoogbegaafde kinderen begeleiden, ik zat in de leerlingenraad en voerde debatwedstrijden. Die ruimte was er op mijn middelbare school. Zelf heb ik niet veel maatwerk gehad; maar wel veel vrijheid.”


Meer informatie
Software die speciaal is afgestemd op hoogbegaafde leerlingen bestaat (nog) niet. Wel is gepersonaliseerd leren een manier voor hoogbegaafde leerlingen om in hun eigen tempo door de lesstof te gaan. Binnen het Microsoft Education Transformation Framework is er een speciaal onderdeel gewijd aan gepersonaliseerd leren. Bij gepersonaliseerde leertrajecten helpt technologie de docent om de voortgang van de leerling in de gaten te houden, waardoor deze de lesstof meer op maat krijgt aangeboden.

Praktijk de Blik

Anderen bekeken ook dit

Gamification: het middel om leerlingen ...

Geplaatst: 25-02-2020 Gamification: het middel om leerlingen bij de les te houden?

Hoe motiveer je een leerling anno 2020? Leerlingen vinden lessen volgens een methode vaak ‘saai’ ...

Vier tips om meer uit ...

Geplaatst: 06-03-2020 Vier tips om meer uit Kahoot! te halen

“Meester mogen wij Kahoot! spelen?” Elke leraar is bekend met deze zin. Kahoot! is een ...

Blockchange: de cijferlijst van de ...

Geplaatst: 19-02-2020 Blockchange: de cijferlijst van de toekomst?

‘Als u weet wat blockchain is, steek dan uw hand omhoog’, stelt Wim Pelgrim, docent ...