Drie vragen aan… Louis Spaninks, directeur opleidingsfonds CA-ICT

Louis Spaninks is naast directeur van het opleidingsfonds CA-ICT ook coördinator van de Human Capital Agenda ICT. Wat is zijn visie op het huidige ICT-beleid in het onderwijs op vo- en mbo-niveau en wat kan daar verbeterd worden?

Moet ICT een vast onderdeel van het curriculum worden?
“Absoluut, dat is voor mij echt een no brainer. De wereld is enorm aan het veranderen. Dat betekent natuurlijk niet dat iedereen IT’er moet worden, maar ICT komt wel bijna overal in de maatschappij aan bod. Ik ben met een aantal topsectoren onderzoek aan het doen naar de digitalisering van beroepen en sectoren en we zien dat dat echt heel erg snel gaat.”

Het ICT-onderwijs op het mbo gaat volgend schooljaar op de schop. Wat zijn de belangrijkste veranderingen die doorgevoerd worden?

“De belangrijkste verandering is dat er nieuwe kwalificatiedossiers komen, dat zijn sets van verschillende kerntaken, werkprocessen en competenties die de opleiding vormgeven en waar het diploma aan vasthangt. Software Development, ICT Support en ICT-beheer & Devices zijn de waarschijnlijke titels van  die nieuwe kwalificatiedossiers. Dat laatste gaat bijvoorbeeld over interconnectiviteit en komt voort uit wat eerst ICT-beheer was. Er is tegenwoordig een enorme behoefte aan software-developers en mensen die verstand hebben van veilig programmeren en security. Security komt ook veel meer aan de orde en dat is ook echt noodzakelijk. Eigenlijk vind ik dat security in alle opleidingen hoort te zitten, omdat het gaat om een van de belangrijkste bedreigingen van een digitaliserende maatschappij.

Wat wel opgenomen is in de kwalificatiedossiers maar niet nuttig is, moeten we niet meer doen. Er zal ook meer aandacht uitgaan naar de relatie met gangbare certificeringen in de markt: onderwijsinstellingen zouden meer contact moeten zoeken met organisaties die certificeringstrajecten aanbieden. Het kwalificatiedossier waaraan we werken gaat zeker beter passen bij de beroepspraktijk. Het bedrijfsleven en het onderwijs doen dit samen en tot nu toe zijn beide partijen daar heel erg enthousiast over.”

Wat is jouw ideaalplaatje van het ICT-onderwijs op voortgezet onderwijs?

“Mijn ideaalplaatje is dat er binnen de relevante profielen meer aandacht komt voor veiligheid. De digitale vaardigheden zijn al oké: van jongs af aan kunnen kinderen met allerlei apparaten omgaan. Veiligheid vergt echter meer aandacht: kinderen moeten snappen wat voor data ze zien, begrijpen dat die data fake kan zijn en weten dat er een groot verschil is tussen de online wereld en de echte wereld. Het probleem is dat er niet genoeg docenten zijn die dit kunnen overbrengen, maar gelukkig zijn er goede samenwerkingen met organisaties die zich daar op richten. Onder andere FutureNL en Operation Education besteden veel aandacht aan digitalisering en veiligheid. Daar zie ik hele mooie dingen. Ook is het erg belangrijk dat er een goede samenwerking ontstaat tussen professionals uit het bedrijfsleven en het onderwijs. Voor het voortgezet onderwijs is dat wat lastiger, omdat daar nog geen directe relatie is met het bedrijfsleven, maar het zou goed zijn als daar toch wat meer contact tussen komt. De betrokkenheid van het bedrijfsleven wordt vaak als bedreigend gezien, terwijl al die kinderen die onderwijs volgen een keer gaan werken. Dat zouden geen gescheiden systemen moeten zijn.

Mijn uitdaging voor het mbo is ook om die verbinding met het bedrijfsleven nog veel sterker te maken. We moeten zorgen dat leerlingen niet alleen bij de onderwijsinstelling onderwijs krijgen maar ook al de verbinding met ‘buiten’ maken, dus leren én werken. Dat zou eigenlijk op het voortgezet onderwijs ook al meer moeten. Ik begreep van de voorzitter van de VO-raad Paul Rosenmöller dat er pilots worden gedaan op de havo, waarbij leerlingen in de laatste jaren vier dagen theorie krijgen en één dag ondernemerschap, bijvoorbeeld communicatie, marketing of het maken van een businessplan. Dat had tot gevolg dat de slaagkans enorm toenam en dat de uitval bij de HBO-vervolgopleiding zo’n vijftig procent lager was, omdat de leerling de praktijk al beter kent. Eigenlijk pleit dat dus voor een flexibel onderwijssysteem, waarbij jongeren ook buitenschools leren. Op de middelbare school is het soms ‘leren omdat het moet, niet omdat je het wilt’. Wat de leerling interessant vindt komt niet altijd aan bod, en dat is jammer want kinderen willen over het algemeen juist heel graag leren. Geef jonge kinderen bijvoorbeeld een micro:bit en ze gaan helemaal los. Het is goed om zo vroeg mogelijk met dat verband tussen het voortgezet onderwijs en het bedrijfsleven te beginnen: de wereld is namelijk niet hetzelfde als het huidige onderwijssysteem.”

Anderen bekeken ook dit

Drie vragen aan … Maaike ...

Geplaatst: 17-01-2019 Drie vragen aan … Maaike Zijm

Maaike Zijm is docent op de enige middelbare school op Texel: OSG de Hogeberg. Zij ...

Drie vragen aan… mediawijsheidexpert Patrick ...

Geplaatst: 18-01-2019 Drie vragen aan… mediawijsheidexpert Patrick Koning

Zo’n tien jaar geleden merkte schoolcoördinator Patrick Koning op dat zijn leerlingen op het Koning ...

Drie vragen aan… Marjolijn Bonthuis, ...

Geplaatst: 21-12-2018 Drie vragen aan… Marjolijn Bonthuis, adjunct-directeur bij ECP

Marjolijn Bonthuis is adjunct-directeur bij ECP, Platform voor de Informatiesamenleving. Inhoudelijk is ze verantwoordelijk voor de ...