Drie vragen aan… Jan Bransen, hoogleraar Filosofie en boekenschrijver

Jan Bransen is hoogleraar Filosofie van de Gedragswetenschappen aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Dit jaar kwam zijn boek Gevormd of vervormd? uit, waarin Bransen een pleidooi houdt voor ander onderwijs. Wat moeten we radicaal anders gaan doen? En hoe? 

Wat schort er aan ons huidige onderwijssysteem? 
“In 2002 kwam ik als filosoof tussen de pedagogen en psychologen in Nijmegen terecht. Gaandeweg ben ik me steeds meer gaan verbazen over de studenten die hier rondlopen, waarvan ik denk: ‘Jullie willen hier helemaal niet zijn’. Als filosoof ben ik toen in de onderwijswereld terechtgekomen. Ik vraag me af waarom iedereen zich als makke schapen naar de universiteit laat sturen. En waarom we accepteren dat er een tweedeling is tussen vmbo en havo/vwo in het middelbaar onderwijs, waardoor de helft van de bevolking met een minderwaardigheidscomplex door het leven moet. Dat vind ik echt verschrikkelijk, dat dat gebeurt.

Sinds het boek er is kom ik er steeds meer achter dat de onderwijspsychologie heel sterk op cognitivisme gebaseerd is. Cognitivisme gaat ervan uit dat ons hoofd een soort computer is die informatie kan opslaan en verwerken. Dat is het beeld dat wij van cognitie hebben gemaakt. Onze onderwijsmethodieken gaan ervan uit dat onze harde schijf gevuld moet worden. Je moet eerst leren dingen onthouden. Dan moet je weer dingen leren verwerken. Zo werkt een willend kind helemaal niet. Een kind dat vertrekt vanuit de wil, is echt iets anders dan een kind dat gedefinieerd wordt als een computer met een harde schijf met beperkte verwerkingskracht. Een computer heeft geen wil. In het onderwijs kunnen we daardoor niks met de wilskant van een kind, omdat we helemaal niet weten waar we die zouden moeten plaatsen in dat cognitivistische model van ons. 

Er ligt nu veel te veel nadruk op de cognitieve ontwikkeling. Vmbo’ers zijn beroeps- en praktijkgericht bezig, maar de wat slimmere leerlingen krijgen van alle kanten te horen dat ze niet te snel de arbeidsmarkt op moeten gaan. Ze moeten eerst naar het mbo gaan en dan misschien proberen naar het hbo te gaan enzovoorts. Er is echt een opwaartse druk en die is dodelijk. Leerlingen die zo’n traject hebben doorlopen vallen in een diep gat. Ze gaan omlaag solliciteren. Ze ontdekken dat iedereen ervaring van ze wil en dat ze die niet hebben. Er is dus totaal geen aansluiting tussen het onderwijs en de arbeidsmarkt.”

Hoe kan het anders?


“In mijn boek doe ik onder andere het voorstel dat we al vanaf de middelbare school duaal gaan leren: drie dagen school en twee dagen werken. Een kind van twaalf kan natuurlijk geen ingewikkeld werk doen, maar het kan wel zinnig werk doen. Ga maar een half jaar spelletjes spelen met mensen in een verzorgingstehuis of met de vuilnis mee. Ga op een redactie van een tijdschrift of een krant dingen kopiëren. Er is zoveel werk.

Op heel veel plekken gebeurt al van alles. Er zijn middelbare scholen die kleine afdelingen hebben waar het onderwijs radicaal anders georganiseerd is en er zijn ook compleet vernieuwende scholen. Voorbeelden zijn de H400 in Nijmegen, waar bedrijven in het gebouw zitten; scholengroep Pleion (Platform Eigentijds Onderwijs), die allerlei prachtige vormen van vernieuwing heeft en Agora-onderwijs dat zich nu behoorlijk aan het verspreiden is. Het Montessori College hier in Nijmegen heeft ook een grappig initiatief. Dat is een school van 1800 leerlingen, waarvan één klein clubje nu Agora-onderwijs volgt. Daardoor krijgt die grote school te maken met leerlingen die verschillende trajecten volgen en met elkaar in contact komen.

Langzamerhand moet er zo in Nederland een mentaliteitsverandering gaan ontstaan. Als op een gegeven moment niemand meer weet waarom het huidige onderwijssysteem eigenlijk is zoals het is, dan kan het best vlug gaan. Maar je moet ook niet te veel haast hebben, want misschien duurt het nog dertig jaar voordat er echt een grote omslag is.” 

Welke rol kan ICT spelen in die verandering?

“ICT is voor mij een middel. Met ICT kan heel veel, maar er zit wel een risico aan, omdat de hele architectuur ervan cognitivistisch is. Je moet bijvoorbeeld oppassen met artificial intelligence, omdat je daarmee de wil eruit sloopt. Het gaat erom wat jij wilt doen en dat je je niet laat leiden door het instrument. Als je bijvoorbeeld schroeven hebt en geen schroevendraaier maar toevallig wel een hamer, dan ga je misschien een schroef in de muur proberen te hameren. Dan maak je dus echt iets stuk. Het gaat erom dat je van ICT echt een instrument maakt. Het moet volgend zijn en niet leidend.” 

Anderen bekeken ook dit

Drie vragen aan... Michiel Lucassen, ...

Geplaatst: 02-04-2019 Drie vragen aan... Michiel Lucassen, medeoprichter van Vernieuwenderwijs

Michiel Lucassen is docent en ontwikkelaar bij Junior Technovium in Nijmegen, bedenker van het VMBO-vak ...

Drie vragen aan... Lucelle Deneer-Comvalius, ...

Geplaatst: 27-03-2019 Drie vragen aan... Lucelle Deneer-Comvalius, docent Maatschappijleer en leraar van het jaar 2019

Lucelle Deneer-Comvalius, leraar van het jaar 2018-2019, geeft maatschappijleer op het Christelijk College Groevenbeek in ...

Veluwse Onderwijsgroep in samenwerking met ...

Geplaatst: 05-04-2019 Veluwse Onderwijsgroep in samenwerking met IT-Workz klaar voor de toekomst

Met verschillende scholen in het primair en voortgezet onderwijs behoort de Veluwse Onderwijsgroep tot de ...