Drie vragen aan… Frans Peeters

De wereld waarin onze kinderen opgroeien, is en wordt steeds digitaler. De producten en apparaten om ons heen worden staan steeds vaker in contact met elkaar, en bevatten tegenwoordig vrijwel allemaal een printplaat. Maar waarom moeten leerlingen leren coderen, hoe leer je ze coderen en wat verwacht hij voor de toekomst van coderen? Deze drie vragen stelden we aan Frans Peeters, docent Informatica aan het Ostrea Lyceum in Goes.

Waarom moeten leerlingen leren coderen?

“Om te beginnen is coderen erg goed voor de algemene ontwikkeling. Het zorgt ervoor dat je logisch nadenkt en gestructureerd te werk gaat. Zie het als een kookboek; als je gaat koken, houd je je aan een specifiek stappenplan. Je begint met een schone lei en voegt stapje voor stapje, beetje bij beetje ingrediënten in de vorm van code toe. Coderen en programmeren is in de huidige tijd alom vertegenwoordigd. In ieder product zit tegenwoordig een printplaat, in ieder beroep kom je (computer)code tegen. Leerlingen die in dit digitale tijdperk niet al op jonge leeftijd leren coderen, lopen als snel een achterstand op. Tegenwoordig kom ik steeds vaker jonge kinderen tegen met een iPad die simpele programmatjes kunnen programmeren. De vaardigheden van kinderen op dit gebied nemen toe en zullen alleen maar blijven groeien. De jongere generaties zullen daarom in de toekomst op steeds vroegere leeftijd leren coderen. Waardoor het, net zoals rekenen en taal dat nu is, een basisvaardigheid zal worden.”

Hoe geef je les in coderen?

“Leerlingen pakken een computer en denken direct te kunnen beginnen met coderen, maar zo werkt het niet. De eerste les van coderen is daarom het leren nadenken over het grotere plaatje: wat gaan we maken en hoe gaan we dit maken? Voordat er een computer wordt aangeraakt, stellen we eerst met pen en papier een flowchart op. Deze flowchart is onmisbaar bij coderen omdat het een duidelijk overzicht geeft van de te nemen stappen en leerlingen helpt het grote plaatje te zien. Pas wanneer deze flowchart in orde is, begint het echte coderen. Het belangrijkste onderdeel van coderen is herhaling, het steeds stap voor stap oplossen van kleine problemen. Met leuke, aantrekkelijke opdrachten kun je leerlingen al heel snel wegwijs maken in het coderen. Veel van mijn collega’s maken het echter te wiskundig en gebruiken te vaak wiskundige termen die leerlingen niet begrijpen. Hiermee loop je het risico coderen voor scholieren dezelfde negatieve lading mee te geven als wiskunde. Concepten in de informatica zijn ook te vangen in normale termen en ik ben ervan overtuigd dat je ook kan coderen zonder verstand te hebben van wiskunde. Niet iedereen die leert coderen, gaat informatica studeren, net zoals niet iedereen die Frans leert Frans gaat studeren. De algemene ontwikkeling moet daarom centraal gesteld worden en dit bereik je alleen door te doen; houd het tastbaar en vooral leuk voor elke student.”

Wat verwacht je in de toekomst van coderen in het onderwijs?

“Het huidige coderen bestaat vooral nog uit code ‘maken’ met een toetsenbord, deze ook daadwerkelijk intoetsen. In de toekomst zal dit zich meer ontwikkelen naar drag and drop, oftewel visueel programmeren. Ik verwacht dat het echte tikken van de broncode steeds meer zal verdwijnen, wat het vak in de toekomst vele malen aantrekkelijker maakt voor studenten. De afgelopen jaren hebben helaas uitgewezen dat het (nog) niet mogelijk is om coderen verplicht te stellen op Nederlandse scholen. De dalende interesse voor het docentenvak gecombineerd met de hoge instapeisen voor een informaticadocent (bachelor Informatica en cursus docent) en de hoge lonen voor informatica-alumni elders zorgen voor een enorm tekort aan informaticadocenten. Vanuit het huidige lerarenbestand is er ontzettend veel interesse om informaticadocent te worden, maar de benodigde tweejarige bijscholing werpt een te hoge barrière op. Toch wordt er door meerdere partijen achter de schermen hard gewerkt iets te maken van het opleidingsprogramma. In het nieuwe programma, welke over twee jaar zal worden uitgerold, kan de student via een cafetariamodel zelf losse lesmodules selecteren. Deze modules zijn modern en toegespitst op recente ontwikkelingen op IT-gebied. Een welkome afwisseling op het huidige, vaak ouderwetse lesmateriaal.”

Anderen bekeken ook dit

Drie vragen aan… Paulien Lakeman

Geplaatst: 01-10-2017 Drie vragen aan… Paulien Lakeman

Waar pen en papier het onderwijs eeuwenlang heeft gedomineerd, lijken zij in toenemende mate verdrongen ...

Drie vragen aan… Wilma van ...

Geplaatst: 29-08-2017 Drie vragen aan… Wilma van den Brink

Het onderwijs wordt steeds digitaler. Niet alleen leerlingen, maar ook docenten kunnen steeds meer informatie ...

Drie vragen aan… Pieter Oosterhof

Geplaatst: 16-09-2017 Drie vragen aan… Pieter Oosterhof

DDoS aanvallen, ransomware en keyloggers; de digitale bedreigingen voor onderwijsinstellingen stapelen zich op, en ze ...

  •  *