Wie stemt er voor ICT in het onderwijs?

Tags

Geen tags gevonden!

De gemeenteraden die we op woensdag 21 maart aanstaande kiezen, zitten aan het roer in het magische jaar 2020: het jaartal dat symbool staat voor de toekomst van de ICT. Maar hoeveel aandacht geven de partijen aan ICT-gebruik in het onderwijs? Op welke partij kun je het beste stemmen als je het belang van ICT op onderwijsgebied wilt dienen? ICTheek.nl maakt een rondje langs de digitale velden. 

Welke thema’s spelen er op gemeentelijk niveau in het onderwijs? Dan gaat het vooral om zaken als het lerarentekort, onderwijshuisvesting, krimp, vmbo-techniek en inclusief onderwijs. De VO-raad publiceerde een handreiking met belangrijke thema’s en onderwijsissues waar je als schoolbestuur aandacht voor kunt vragen in de gemeentelijke politiek. Vooral het oplopend lerarentekort, ook in een vak als informatica, speelt een belangrijke rol. Gemeentes kunnen een rol spelen bij het opleiden van leraren, het oprichten van invalpools voor docenten en inzetten op goede huisvesting voor leraren ook in verband met dure woningen in grote steden.

Puur op het gebied van digitalisering analyseerde Nederland ICT de verkiezingsprogramma’s van lokale partijen in de vier grote steden Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht. In een grote meerderheid van de programma’s ziet zij onvoldoende aandacht voor belangrijke thema’s binnen de digitale economie. “De meeste programma’s benoemen digitalisering wel, maar geven er geen verdere invulling aan”, concludeert de site. “Ook op lokaal niveau raakt digitalisering aan genoeg onderwerpen om concrete standpunten te rechtvaardigen,” vindt Lotte de Bruijn, directeur van Nederland ICT.

De partij die zich het meest profileert met haar betrokkenheid bij het onderwijs is D66. In haar landelijke programma geeft zij veel aandacht aan onderwijsvernieuwing: “Omarm online en digitaal onderwijs. Het onderwijs zit middenin een digitale revolutie. Nieuwe digitale lesmethoden kunnen een positief effect hebben op zowel de effectiviteit van de lesmethoden als de tijdsbesteding van de leraar.” Ook op lokaal niveau pleit D66 voor onderwijsvernieuwing. De Utrechtse afdeling van de partij concludeert: “Kinderen moeten zo goed mogelijk worden voorbereid op de toekomst. Zogeheten ‘21e eeuwse vaardigheden’ als creatief en kritisch denken, mediawijsheid, ondernemerschap en digitale vaardigheden, moeten daarom een belangrijke rol krijgen in het onderwijs.”

De VVD in Amsterdam wil eveneens meer aandacht voor de digitale vaardigheden van kinderen: “65% van de kinderen die nu op de basisschool zitten, krijgt later een baan die nu nog niet bestaat. Digitale vaardigheden worden nog belangrijker. We bereiden onze Amsterdamse kinderen daarop voor door ze al op jonge leeftijd in aanraking te laten komen met vaardigheden als programmeren.”

Het CDA houdt het breder: “De ontwikkelingen op het gebied van ICT, robotisering en 3D-printen gaan razendsnel en hebben grote gevolgen voor onze economie en arbeidsmarkt. Het CDA wil dat leerlingen al in het primair onderwijs kennismaken met wetenschap en techniek.”

De PvdA staat het meest kritisch tegenover digitalisering: “Technologische vernieuwing roept ook vragen op, op het terrein van de onderlinge communicatie, het functioneren van de democratie en de privacy. Oude, nieuwe en sociale media brengen ons een doorlopende stroom van nieuws, meningen en geruchten van over de hele wereld, in een veel hogere snelheid en intensiteit dan voorheen.” Ook vreest de partij voor veel banen, zoals blijkt uit het standpunt van de PvdA in Amsterdam: “Deeleconomie, platformeconomie en ICT bieden fantastische nieuwe kansen, maar onder het mom van innovatie ontstaat ook bedrijvigheid die schadelijk is voor Amsterdam en Amsterdammers.”

De SP pleit voor een bewuste omgang met ICT: “Het internet kent veel mogelijkheden, maar ook risico’s voor kinderen en pubers. In de lerarenopleidingen en in de nascholing van docenten krijgt het bewust leren omgaan met ICT een belangrijke rol, zodat leerlingen beter kunnen worden begeleid in de digitale wereld. Op de basisschool kan begonnen worden met lessen om de digitale vaardigheden te vergroten en cyberpesten te voorkomen.”