Drie onderwijsspecialisten over examineren: alleen op kennis of ook op vaardigheden?

Tags

examen

De examenperiode is weer begonnen. Dus is het weer zwoegen, stampen en stressen voor de leerlingen en surveilleren voor de docenten. Maar wat moet een examen toetsen? Daarover zijn de meningen sterk verdeeld. We laten drie onderwijsspecialisten aan het woord: Paul Rosenmöller, Rob Adams en Rolf van der Velden.

Een van de partijen die een duidelijk standpunt heeft over het examen is de VO-raad. Voorzitter Paul Rosenmöller hield op het VO-congres 2018 een pleidooi voor herijking van het centraal eindexamen in het voortgezet onderwijs. Volgens de VO-raad gaat in de bovenbouw van het vo bovenmatig veel tijd op aan de voorbereiding voor het examen. De nadruk verschuift zo van de inhoud van het onderwijs, naar hoe je een examen maakt. Dit gaat ten koste van diepgang in het onderwijs en het leren van leerlingen. Ook ligt de focus in de examinering te eenzijdig op cognitieve ontwikkeling, terwijl het eigen maken van vaardigheden, socialisatie en persoonsvorming belangrijker worden in de maatschappij en het vervolgonderwijs.

Meer examenmomenten en modulair examineren
Paul Rosenmöller, voorzitter van de VO-raad: “Het examen lijkt een doel op zichzelf geworden, in plaats van een middel om in kaart te brengen of een leerling klaar is voor de vervolgstap. Een gezamenlijke herijking is nodig om de voorspellende waarde van het diploma voor succes in het vervolgonderwijs te versterken.” Zo komen scholen die de mogelijkheid bieden om vakken in verschillend tempo of niveau te volgen met de huidige examensystematiek in de problemen. Daar moet wat de VO-raad betreft op korte termijn verandering in komen. Er moeten meer examenmomenten in het jaar komen, gezakte leerlingen moeten behaalde vakken kunnen behouden en er moet modulair geëxamineerd kunnen worden waardoor het bijvoorbeeld makkelijker wordt om vakken op een hoger niveau af te sluiten. 

Sociale vaardigheden niet in de plaats van vakkennis
Ook Rolf van der Velden, directeur Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt, pleit voor examinering op meerdere niveaus: “We veronderstellen dat leerlingen ongeveer even goed presteren in álle vakken. Zo moet je op het vwo goed zijn in wiskunde én talen. Als een van beide je niet ligt, moet je naar de havo. Wie heel goed is in bètavakken, maar geen talenknobbel heeft, heeft een probleem in dit onderwijssysteem. Terwijl die persoon perfect zou functioneren in de IT-sector. Daar zitten ze om hem te springen. Zo zijn er jongens die op hun zolderkamertje aan het hacken zijn, maar op school uitvallen. Terwijl het eigenlijk heel getalenteerde mensen zijn om in de ICT te werken. Dat is een groep die we eigenlijk ten onrechte slecht bedienen. We moeten niet iedereen door dezelfde mal willen persen.”

Hij pleit echter tegen het examineren van vaardigheden, socialisatie en persoonsvorming: “Op zich is er niets mis met vaardigheden als samenwerken en communiceren. Waar ik vooral moeite mee heb is dat deze vaardigheden in de plaats zouden komen van vakkennis of disciplinaire kennis. Dan leiden we geen specialisten meer op, maar generalisten. Natuurlijk moet een ingenieur goed kunnen communiceren, maar hij moet vooral goed zijn in zijn vak.”

Rob Adams, directeur bij innovatiebureau Six Fingers:
Rob Adams, directeur bij innovatiebureau Six Fingers ziet wel heil in het toetsen op ICT-vaardigheden: “Mijn dochter van tien moest voor het vak topografie allerlei kleine dorpjes in Friesland en Drenthe uit haar hoofd leren. Natuurlijk is iets uit je hoofd leren niet zinloos, maar laat het wel relevant zijn. Ik zou persoonlijk liever hebben dat ze leert om Google Maps te gebruiken. Nieuwe technieken zijn de basis voor veel vernieuwingen, dus voor onderwijs erg belangrijk. Vraag je eens af: willen we volgende generaties klaarstomen om als autonome ontdekkingsreizigers werk te doen op basis van toekomstbestendige vaardigheden? Of willen we dat ze met een achterstand van school komen, omdat we gewend zijn geraakt aan de wurggreep van het traditionele schoolsysteem?”